08 oktober 2026
Wonen in een dorp is niet per definitie goedkoper dan wonen in de stad. Gemiddeld ligt de verkoopprijs van een woning in een dorp zelfs iets hoger. Vooral de afstand tot stedelijke gebieden blijkt bepalend voor de prijs en betaalbaarheid.
Dat blijkt uit onderzoek van NVM en Brainbay onder 2.172 Nederlandse dorpen. Medio 2026 kostte een woning in een dorp gemiddeld € 503.000, tegenover € 487.000 in de stad. Dat verschil hangt vooral samen met het woningaanbod: in dorpen staan relatief veel grotere, grondgebonden woningen.
Binnen de dorpsmarkt lopen de prijsverschillen flink uiteen. In dorpen nabij een stad ligt de gemiddelde verkoopprijs op € 560.000, terwijl woningen in afgelegen dorpen gemiddeld € 444.000 kosten. Dat is een verschil van 26 procent. Bij vrijstaande woningen loopt dat op tot ruim € 200.000, oftewel 40 procent.
Ook het aandeel betaalbare woningen verschilt sterk. In dorpen dicht bij een stad kost 20 procent van de woningen minder dan € 420.000. In afgelegen dorpen is dat 36 procent. Volgens NVM is daarmee vooral de afstand tot de stad bepalend voor de betaalbaarheid, en niet zozeer het onderscheid tussen stad en dorp.
Bij een vergelijking van dezelfde woningtypen ontstaat een ander beeld. Een tussenwoning kost in een dorp gemiddeld € 435.000, zo'n € 50.000 minder dan in de stad. Voor vrijstaande woningen is het verschil nog groter: in een dorp ligt de gemiddelde prijs op € 626.000, terwijl een vergelijkbare woning in de stad bijna € 200.000 duurder is.
Ook de prijs per vierkante meter ligt in dorpen gemiddeld lager. De hogere gemiddelde verkoopprijs komt vooral doordat daar relatief veel grotere woningen worden verkocht, terwijl steden een groter aandeel kleinere woningen en appartementen kennen.
Verhuizen naar een dorp betekent bovendien niet automatisch minder concurrentie. Verkooptijden, overbiedingen en de verhouding tussen vraag en aanbod verschillen volgens het onderzoek nauwelijks van de stedelijke woningmarkt. In de kleinste dorpen stegen de prijzen het afgelopen jaar bovendien met 4,5 procent.
Volgens de onderzoekers liggen de beste kansen op een betaalbare woning vooral in dorpen die verder van stedelijke gebieden liggen.
De dorpswoningmarkt blijkt ook minder lokaal dan vaak wordt aangenomen. Bijna een derde van de woningen wordt gekocht door inwoners uit hetzelfde dorp. Ruim een vijfde van de kopers komt uit een ander dorp en iets minder dan de helft verhuist vanuit een stad.
Vooral dertigers en jonge gezinnen kiezen voor dorpen nabij steden, terwijl oudere stedelingen relatief vaker naar afgelegen dorpen trekken. De bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen speelt daarbij een belangrijke rol.
Sinds 2016 zijn in Nederlandse dorpen ongeveer 160.000 woningen toegevoegd. Relatief groeide de woningvoorraad daarmee sneller dan in steden: bijna elf nieuwe woningen per honderd bestaande woningen, tegenover ongeveer negen in stedelijke gebieden.
Van de nieuwbouwwoningen in dorpen is 77 procent grondgebonden. Tegelijk groeit het aantal appartementen het snelst en neemt ook het aandeel huurwoningen toe, vooral in grotere dorpen en dorpen dichtbij steden. Volgens NVM is een gevarieerde woningmix voor starters, gezinnen en senioren nodig om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen.
Meer bouwplannen betekenen volgens recente analyses niet automatisch meer beschikbare woningen. De Monitor Koopwoningmarkt concludeerde eerder al dat de woningmarkt daardoor niet vanzelf uit balans raakt.
Volgens het nieuwste kwartaalbericht van RaboResearch zitten er momenteel bijna 234.000 woningen in de nieuwbouwpijplijn, maar vergunningen en plannen leiden niet automatisch tot opleveringen. Tegelijk daalde de verkoop van nieuwbouwwoningen in de eerste zeven maanden van 2026 met 9,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. Een belangrijke oorzaak is volgens RaboResearch dat het aanbod niet overal aansluit op de vraag: er staan relatief veel appartementen gepland, terwijl grondgebonden woningen sneller worden verkocht.
Parafrase van bron: Vastgoedactueel - NVM - RaboResearch
