11 januari 2026
Investeerders verkopen opnieuw veel huurwoningen
Vastgoedinvesteerders hebben in het derde kwartaal opnieuw veel huurwoningen afgestoten. Tussen juli en september verkochten zij ruim 15.800 woningen, 37% meer dan een jaar eerder. In dezelfde periode kochten investeerders bijna 6.000 woningen—een stijging van 40% vergeleken met vorig jaar. Daarmee daalde hun totale bezit verder naar 9,1% van de woningvoorraad, tegen 9,3% in 2024 en 9,4% in 2023.
In twee jaar tijd slonk het investeerdersbezit met bijna 8.200 woningen tot circa 758.300, zo blijkt uit het Kwartaalbericht Woningmarkt van het Kadaster.
Meer dan de helft van de verkochte woningen ging naar eigenaar-bewoners, die daarbij flink voordeliger uit waren. Zij betaalden gemiddeld bijna €130.000 minder voor een woning van een investeerder dan voor een vergelijkbare woning van een particuliere eigenaar. Dit komt onder meer doordat investeerders vaker kleinere woningen of woningen met een lager energielabel verkopen.
Een eigenaar-bewoner betaalde in het derde kwartaal gemiddeld €384.000 voor een woning van een investeerder, tegen €511.000 voor een woning van een andere eigenaar-bewoner.
Sinds eind 2021 lopen de prijzen van investeerderswoningen achter op die van reguliere koopwoningen, waardoor het prijsverschil is blijven oplopen.
Vooral starters namen woningen van investeerders over. Zij kochten ongeveer twee derde van alle woningen die aan eigenaar-bewoners werden verkocht. Starters betaalden gemiddeld €349.000 voor een woning van een investeerder, aanzienlijk minder dan de €423.000 die zij kwijt waren aan woningen van particuliere verkopers.
Het verschil tussen aan- en verkopen door investeerders groeit sinds 2023, mede door strengere verhuurregels en fiscale wijzigingen. Ook het wetsvoorstel voor de Wet betaalbare huur, ingediend in 2023 en ingevoerd in 2024, speelt hierbij een rol.
Vooral particuliere investeerders zagen hun bezit krimpen. Zij hebben nu zo’n 34.500 woningen minder dan in 2023—ongeveer een tiende van hun eerdere portefeuille. Het aantal particuliere investeerders daalde van 67.800 naar 61.300.
Bedrijfsmatige investeerders breidden hun positie juist uit met 26.300 extra woningen, vooral dankzij nieuwbouw. Grote beleggers namen daarvan met 22.000 woningen het grootste deel voor hun rekening.
Ook het aantal tweede woningen daalt. In het derde kwartaal werden 2.200 tweede woningen—veelal gebruikt als huurwoning—verkocht aan eigenaar-bewoners. De totale voorraad zakte naar 177.200, tegen 180.700 een jaar eerder. Uit onderzoek van Kadaster en CBS blijkt dat circa 70% van deze woningen wordt verhuurd.
Sinds 2020 verkopen investeerders in tweede woningen meer dan ze aankopen; hetzelfde patroon als bij andere vastgoedinvesteerders.
Na de kerst debatteren de Tweede Kamer en demissionair minister Keijzer toch over mogelijke versoepeling van de huuregels, meldt het FD.
Belangenvereniging Vastgoed Belang waarschuwt dat de druk op woningzoekenden verder toeneemt en pleit voor versoepeling van de Wet betaalbare huur en lagere fiscale lasten. Volgens directeur Edward Touw werkt de middenhuurregulering averechts: “De maatregel moest zorgen voor meer betaalbare woningen, maar uit de nieuwste cijfers blijkt dat het tegenovergestelde gebeurt.”
Artikel aangeboden door: www.vendomemakelaardij.nl
Parafrase van bron: Vastgoedactueel - Het Kadaster
