Gemiddelde koopstarter komt een ton te kort

24 mei 2019

Ondanks de hoge huizenprijzen heeft de helft van de jongvolwassenen met een verhuiswens nog steeds een voorkeur voor kopen. Toch nam hun aandeel in de totale woningverkopen afgelopen kwartaal opnieuw af, vooral bij appartementen, schrijven economen van de Rabobank. Het blijkt voor aspirant-koopstarters momenteel in elke provincie lastig om de gemiddelde verkoopprijs te betalen zonder naast de hypotheek flink wat eigen vermogen in te leggen.

Door het schaarse aanbod en de oplopende huur- en koopprijzen zijn er zeer grote zorgen over de kansen van jongvolwassenen op een betaalbaar huis. Huizenmarkteconoom Carola de Groot van Rabobank, in het Kwartaalbericht Woningmarkt: “Ze zijn te rijk voor een sociale huurwoning, maar te arm voor een huis in de vrije huursector.”
Het is de vraag of 35-minners erin slagen de stap naar koop te maken. De Groot: “Als we de gemiddelde verkoopprijs confronteren met de gemiddelde maximale hypotheek die aspirant-koopstarters kunnen krijgen, dan blijkt dat het in alle provincies lastig is om de gemiddelde verkoopprijs te betalen.”

 Zo kunnen jongvolwassenen die in de provincie Utrecht willen kopen, gemiddeld net geen € 225.000 lenen. Maar gemiddeld wordt een huis binnen die provincie voor ruim € 260.000 verkocht. De Groot: “In Noord-Holland is de verdeling nog schever: op basis van het gemiddelde inkomen kunnen aspirant-koopstarters slechts 58 % lenen van de gemiddelde verkoopprijs, ondanks het relatief hoge inkomen in die regio. Het verst komen aspirant-koopstarters die in Zuid-Holland willen kopen: door de relatief hoge inkomens maar de –vergeleken met de rest van de Randstad– bescheiden gemiddelde verkoopprijs ligt de gemiddelde leencapaciteit rond de 74 %.”

Vertrouwen in woningmarkt is gedaald

Voor het eerst in ruim 4 jaar is het vertrouwen in de woningmarkt weer negatief. En ondanks een kleine opleving in het afgelopen kwartaal vindt nog maar twee op de tien Nederlanders het momenteel een (zeer) gunstige tijd om een huis te kopen. In het tweede kwartaal van 2016 gold dat nog voor zes op de tien Nederlanders.

Huizenprijzen stijgen minder hard

Bovendien stijgen de huizenprijzen minder hard dan in eerdere kwartalen. De Groot: “De Nederlandse economie groeit nog altijd en de werkloosheid is bijzonder laag, net als de hypotheekrente. Daarom verwachten we dat de prijzen dit jaar blijven stijgen, zij het met een gemiddelde groei van 6 procent minder hard dan in de afgelopen jaren. Wel is deze prognose sinds ons laatste Kwartaalbericht wat onzekerder geworden. Er zijn namelijk signalen dat de prijsgroei mogelijk sneller afvlakt. In 2020 zullen de huizenprijzen naar verwachting nog minder hard stijgen. Ook het aantal verkochte woningen daalt. We verwachten dit jaar 205.000 transacties, zo’n 6 % minder dan in 2018.”

Bron: Rabobank