Ervaar zelf het verschil!

Hoofdlijnenakkoord kabinet: Ambitieuze plannen voor nieuwbouw

21 mei 2024

Na bijna een half jaar onderhandelen ligt er een hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB. Zoals verwacht wordt woningbouw topprioriteit. De energietransitie gaat een standje lager.

De paragraaf over de aanpak van de wooncrisis staat vol ambitieuze – nieuwe en al bestaande – plannen, waarvan je je af kunt vragen of ze allemaal haalbaar zijn.

Allereerst komt er een coördinerend minister, die regie voert op de ruimtelijke ordening en op waar en hoeveel woningen er gebouwd moeten worden. Daarbij wordt rekening gehouden met aandachtsgroepen: jongeren, ouderen, kleinere huishoudens, dak- en thuislozen.

Woontop

Er wordt zo snel mogelijk een Woontop georganiseerd, waarbij rijksoverheid, pensioenfondsen, woningcorporaties, sociale partners, gemeenten en provincies “afdwingbare afspraken” moeten maken om woningbouw structureel te verhogen.

De doelstelling om 100.000 woningen per jaar erbij te bouwen blijft. Daarbij komt nu ook het streven dat die woningen “geschikt zijn voor de demografische en ruimtelijke ontwikkelingen in de komende jaren”.

Rol voor woningcorporaties bij middenhuur

Aanvullend moet “een doorbraak geforceerd worden” door o.a. te bevorderen dat de woningbouwcorporaties ook in de (lage) middenhuur een grotere rol kunnen spelen. Dit is echter op Europees niveau geregeld, dus er moet in de EU ingezet worden op wijziging van de relevante regels.

Verder moet de bestaande woningvoorraad beter benut worden door herbestemming van bestaande gebouwen te verruimen en waar wenselijk juridisch te verankeren. Genoemd worden: herbestemming van kantoor- en bedrijfspanden, optopping en/of splitsing van woningen, ‘familie-wonen’, woningdelen, en gedogen dat recreatiewoningen permanent bewoond mogen worden.

Woningbouw gaat boven windmolens

Om de bouw van nieuwe woningen te versnellen worden de volgende maatregelen voorgesteld:

– Zorgen dat er meer grond beschikbaar is (‘straatje erbij’, zowel binnenstedelijk en buitenstedelijk). Bij concurrentie om grond gaat woningbouw boven windmolens. Daarnaast moet ook toekomstbestendig gebouwd worden en rekening gehouden met water, bodem, landschap en stedenbouwkundige kwaliteit. Maar tegelijkertijd worden er géén extra nationale duurzaamheidsregels voor bouwen opgelegd.

– Aanvullend op bestaande woningbouwlocaties en (lopende) woondeals moeten nieuwe gebieden aangewezen worden “voor grootschalige woningbouw”, bij voorkeur rond bestaande infrastructuur. Daarvoor komt er zo spoedig mogelijk een voorstel, onder meer gebaseerd op het programma NOVEX (het programma dat in het leven is geroepen om het uitvoeren van al het nationale beleid met een effect op de ruimtelijke inrichting van Nederland te verbeteren).

Meer autonomie voor lagere overheden

Er komt een belasting op onbebouwde grond met een woonfunctie en lagere overheden krijgen meer autonomie. Alles om meer beschikbare en betaalbare bouwgrond te organiseren. Ook moeten de kosten lager worden.

De mogelijkheden voor een gemaximeerde plan-batenheffing of vergelijkbaar systeem bij woningbouw worden benut. Met gemeenten wordt afgesproken dat de opbrengsten hiervan volledig ten gunste komen voor de bereikbaarheid van de wijk en het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen.

‘Struikelblokken wegwerken’

Procedures moeten sneller: beroepsmogelijkheden worden beperkt (dit is in lijn met het bestaande wetsvoorstel Regie op de volkshuisvesting). Ook moeten andere struikelblokken weggewerkt worden op het gebied van: beschikbaarheid van locaties, grond, en financiële en fiscale prikkels, en beperkende regels die bouwen in het buitengebied (bijvoorbeeld op het eigen erf) onnodig belemmeren. Ook moeten “knelpunten rond capaciteit en kennis” aangepakt worden.

Naast klankbordgroepen voor omwonenden worden ook klankbordgroepen voor woningzoekenden ingesteld. En voor een nieuwe, niet-nader toegelichte sector “coöperatief wonen” moeten juridische en financiële belemmeringen weggewerkt worden.

Huurontwikkeling volgens consumentenprijsindex

Van nieuwbouw moet minimaal 30% gemiddeld – dus met gebiedsgerichte differentiatie – sociale huur zijn; het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting wordt aangepast om gemeenten hier meer lokale ruimte te geven. Twee derde van de nieuw te bouwen woningen moet betaalbaar zijn voor middeninkomens.

Het huurbeleid van sociale verhuurders zal “de betaalbaarheid moeten blijven versterken” en tegelijkertijd “de noodzakelijke investeringen in nieuwbouw, verduurzaming en leefbare wijken mogelijk moeten maken”. Statushouders krijgen geen voorrang meer bij het toewijzen van sociale huurwoningen.

De jaarlijkse sociale huurontwikkeling volgt tot 2026 de bestaande afspraak met de woningbouwcorporaties, te weten de CAO ontwikkeling -0,5%. Vanaf 2026 wordt de consumentenprijsindex (cpi) +0% gevolgd. Met een bestendige huurtoeslag blijft zo voor huurders met de laagste inkomens de bestaanszekerheid op peil.

Er worden (niet nader genoemde) maatregelen genomen om private huur, middenhuur en vrije huur aantrekkelijker te maken. Het bouwen van (private) huurwoningen wordt gestimuleerd door het verminderen van de regeldruk en waar mogelijk de belastingdruk. Hiervoor wordt de woonimpuls deels ingezet. En er komen bindende afspraken met woningbouwcorporaties, ook over middenhuur.

Hypotheekrenteaftrek wijzigt niet

Er komt geen wijziging van de fiscale positie van de eigen woning, om onzekerheid op de woningmarkt tegen te gaan. Ook wordt er niet getornd aan de hypotheekrenteaftrek; het eigenwoningforfait blijft onveranderd. En de stijging van de gemeentelijke woonlasten (OZB) wordt gemaximeerd via afspraken met gemeentes.

Bij (lokale) programmering van koopwoningen moet rekening gehouden worden met voldoende woningen voor ouderen, om de doorstroom te bevorderen. (Het vorige kabinet had ook plannen in die richting, maar dit heeft nog weinig opgeleverd, bleek vorige week.)

Onderzocht wordt of en onder welke strikte voorwaarden het recht van huurders van sociale huurwoningen (niet zijnde scheefwoners) op koop van hun huurwoning kan worden vorm gegeven (sociale koop).

Netcongestie

Bij het oplossen van de netcongestie ligt de regie bij het kabinet, onder andere als het gaat om (her-)prioritering van wie wanneer op het net wordt aangesloten. De leveringszekerheid “wordt veiliggesteld”. Er worden “langetermijncontracten afgesloten” voor gas en er worden reserves aangelegd voor gas en kritieke grondstoffen.

Verplichte warmtepomp geschrapt

De financiële middelen voor de energietransitie worden voor een deel gebruikt om particulieren met een laag of middeninkomen en ondernemers te helpen bij het verduurzamen van hun woningen en bedrijfspanden. Specifieke aandacht gaat uit naar mensen die als gevolg van aansluiting op een warmtenet geconfronteerd worden met een veel hogere energierekening.

Er komen géén verplichte labelsprongen voor koopwoningen. De verplichting om vanaf 2026, bij het vervangen van de verwarmingsketel, een warmtepomp te installeren, wordt geschrapt.

Focus op kernenergie

Streven is om niet meer afhankelijk te zijn van energiewinning uit ‘onbetrouwbare landen’. De gaswinning uit de Noordzee wordt opgeschaald. Verder wordt er gefocust op kernenergie, met bouw van extra centrales. De afbouw van fossiele subsidies voor de energievoorziening vindt plaats in Europees verband.

Bron: Vastgoedactueel - Bureau Woordvoering Kabinetsformatie