Kamerbrief De Jonge over woningbouwplannen

25 maart 2022

De overheid wil de woningbouw versnellen en minstens 900.000 woningen tot 2030 bouwen. Maar staan de voorgestelde bouwplannen op drijfzand, zoals een artikel van Cobouw en Follow the Money laatst kopte? Minister de Jonge reageert in een Kamerbrief.

Minister de Jonge heeft naar aanleiding van het artikel een aantal vragen hierover beantwoord die zijn gesteld door kamerlid De Groot (VVD).

Uit het artikel van Cobouw en Follow the Money blijkt dat er veel haken en ogen zitten aan de opgegeven plancapaciteit. Zo telt elke provincie de plannen anders op, komen de perioden waarin wordt geteld niet overeen of wordt er geen rekening gehouden met sloopplannen. 

De Jonge zegt hierover: “Sinds begin 2021 zijn we samen met de provincies en de gemeenten gestart met de monitoring van de voortgang op de plancapaciteit en de realisatie van de woningbouw. Doel daarvan is volledige en actuele gegevens te hebben rondom plancapaciteit, transformatielocaties, onttrekkingen/ sloop en gerealiseerde woningbouw zodat we goed zicht hebben op de voortgang.” 

Uitbouw van de monitoring
Hij erkent dat de data tot nu toe niet compleet is. “Zo klopt het inderdaad dat niet altijd dezelfde definitie voor ‘harde’ en ‘zachte’ plannen worden gebruikt en dat niet altijd van dezelfde periode wordt uitgegaan.” De minister vervolgt: “Met de medeoverheden werk ik verder aan uitbouw van de monitoring. Daarbij bespreken we ook het gewenste schaalniveau van de informatie en welke informatie openbaar zou moeten zijn.” 

Bij de eerstvolgende uitvraag dit jaar voor de monitoring zullen eenduidige definities over o.a. harde en zachte plancapaciteit en plantype en een uniforme meetperiode worden toegepast. “De eerstvolgende rapportage in juni is dus gebaseerd op deze verbeterde informatie.” 

Woningbouwprogramma
De Jonge vertelt daarnaast in de brief dat hij bezig met zijn woningbouwprogramma, waarin hij onder andere uiteenzet hoe hij sneller van plan naar realisatie wil komen en hoe hij gemeenten ondersteuning gaat bieden bij hun bouwopgave. Hierover informeert hij de Kamer binnenkort. 

Verder kijken dan 2030
Tot besluit:  “We moeten verder kijken dan tot 2030, zowel als het gaat om de woningbouw als om de brede ruimtelijke opgaves. Dat doen we ook via de verstedelijkingsstrategieën die een horizon hebben tot 2040 ook voor wat betreft de woningbouwopgave en de NOVI die een langetermijnvisie hanteert voor de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Ik richt mij dus op de opgave tot en met 2030 maar kijk ook vooruit na deze periode.”

Bron: VBO