24 januari 2026
Bijna vier op de tien Nederlandse gemeenten handhaven actief op permanente bewoning van vakantiehuizen. Dat gebeurt ondanks een oproep van demissionair minister Mona Keijzer om bewoners voorlopig niet uit recreatiewoningen te zetten. In de praktijk blijkt het gemeentelijk beleid sterk uiteen te lopen.
Uit een rondvraag van Pointer onder gemeenten blijkt dat handhaving op permanente bewoning nog altijd veel voorkomt, terwijl het kabinet werkt aan een tijdelijke versoepeling van de regels. Dat zorgt voor onzekerheid bij bewoners, parkeigenaren en andere betrokkenen.
Van de 243 gemeenten die reageerden op vragen van Pointer, geven 94 aan actief op te treden tegen permanente bewoning van vakantiehuizen. Dat is ongeveer 38 procent van de ondervraagde gemeenten. Eind 2024 riep minister Keijzer gemeenten op om voorlopig niet tot uitzetting over te gaan, met als doel de druk op de woningmarkt te verlichten. Juridisch zijn gemeenten echter nog steeds vrij om zelf te bepalen of zij handhaven.
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wonen minimaal 60.000 mensen het hele jaar door op een recreatiepark. Permanente bewoning is in principe niet toegestaan en gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. Door de aanhoudende woningnood kiezen steeds meer mensen toch voor een verblijf op een vakantiepark, wat de spanning tussen regelgeving en praktijk vergroot.
Minister Keijzer wil permanente bewoning van vakantieparken voor een periode van tien jaar toestaan. De maatregel geldt alleen voor bewoners die kunnen aantonen dat zij sinds 16 mei 2024 in hun vakantiewoning wonen. Daarnaast moeten de woningen voldoen aan minimale veiligheids- en gezondheidseisen die ook voor reguliere woningen gelden. De zogeheten instructieregel treedt naar verwachting begin volgend jaar in werking, tenzij de Eerste of Tweede Kamer bezwaar maakt.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg zijn kritisch over het voorstel. Zij noemen de maatregel onuitvoerbaar, juridisch kwetsbaar en weinig effectief in het oplossen van de woningnood. Slechts vier gemeenten hebben zich expliciet uitgesproken vóór het plan. Gemeenten die momenteel niet handhaven, geven aan dat dit vaak komt door capaciteitsgebrek of omdat zij alleen optreden bij overlast.
Het uiteenlopende gemeentelijke beleid leidt tot onduidelijkheid voor zowel bewoners als eigenaren van vakantieparken. In sommige gemeenten worden bewoners al jarenlang gedoogd, terwijl zij elders te maken krijgen met handhaving of juridische procedures. Parkeigenaren worden in sommige gevallen verplicht zelf op te treden tegen permanente bewoning. Zolang een landelijk kader ontbreekt, blijft de rechtspositie van betrokkenen onzeker.
Afgelopen zomer steeg de gemiddelde prijs van een vakantiewoning in Nederland naar 245.000 euro, meldde RTL Nieuws op basis van cijfers van het Kadaster. Dat is 10 procent meer dan een jaar eerder. Veel particuliere eigenaren verkopen hun vakantiewoning vanwege hogere belastingen, terwijl professionele investeerders juist vaker toeslaan. Met een jaarlijkse stijging van 10 procent nemen de prijzen van vakantiewoningen sneller toe dan die van reguliere koopwoningen.
Artikel aangeboden door: www.vendomemakelaardij.nl
Parafrase van bron: Vastgoedactueel - Pointer
