Trek van stad naar landelijk gebied leidt tot hogere prijzen

22 augustus 2021

De woningprijzen in ons land stegen in het tweede kwartaal van 2021. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2020 stegen de prijzen met 13,0%. Ten opzichte van het eerste kwartaal van 2021 lagen de prijzen gemiddeld 4,4% hoger.

Dat blijkt uit het tweede kwartaalbericht van het Kadaster. Uit dezelfde cijfers blijkt dat het aantal transacties fors terugliep, een daling van 20,8% ten opzichte van het recordaantal in het eerste kwartaal van 2021. Er wisselden 52.787 woningen van eigenaar.

Woningmarkt op slot?
Toch zit het aantal transacties wel in de lift als je trendmatig kijkt. Kijkend naar de ontwikkeling van het voortschrijdend kwartaalgemiddelde, loopt het aantal transacties op vanaf het eerste kwartaal van 2019. Ondanks de terugval in het tweede kwartaal van 2021 zit Nederland nog steeds op een heel hoog niveau. Corona of de oplopende woningprijzen zetten vooralsnog geen rem op het aantal transacties. In die zin zit de woningmarkt nog niet op slot. 

Gemiddelde woningprijs
De gemiddelde woningprijs in het tweede kwartaal kwam uit op € 366.000. Maar als je kijkt naar de Randstadgemeenten dan ligt de gemiddelde woningprijs boven de € 400.000. De provincies Fryslân en Groningen tellen in het tweede kwartaal van 2021 jaar nog een redelijk aantal gemeenten waar de gemiddelde woningprijs onder de € 250.000 ligt.

Kopers verhuizen over grotere afstand
Welke andere conclusies kunnen er worden getrokken uit de cijfers? 

- Steeds vaker komen kopers in landelijke gemeenten uit (zeer) sterk stedelijke gemeenten. Die stad lag regelmatig in dezelfde provincie; veel stedelijke kopers bleven dus in hun eigen regio.

- Kopers afkomstig uit die (zeer) sterk stedelijke gemeenten kopen aanzienlijk duurdere (€70.000) woningen dan kopers uit minder of niet-stedelijke gemeenten.

- Kopers verhuisden over een grotere afstand. Er waren minder verhuizingen binnen de gemeente: van 70% in 2013 tot 56% in 2021 tot nu toe.

- De gemiddelde prijs stijgt sterker in minder en niet-stedelijke gemeenten. Dat komt onder andere door de toename van het aantal kopers uit de stad én het feit dat zij relatief duur kopen.

Starters slaan hun slag
En tot slot, de wijzigingen in de overdrachtsbelasting zijn terug te zien in de cijfers. In het eerste kwartaal schoot het aandeel van 35-minners binnen de transacties omhoog (61%). Inmiddels is dit aandeel teruggevallen naar 48%.

De 35-minners kochten in het eerste kwartaal vaak een woning van €400.000 of meer. Want vanaf april betaalden ze hier namelijk weer wél overdrachtsbelasting voor. In het eerste kwartaal ging het bijna om 13.000 transacties, terwijl 3.000 tot 4.000 transacties normaal zou zijn geweest voor deze groep.

Bron: VBO